Vitaliteitsmanagement

Sinds een aantal jaren staat ‘ Vitaliteit’  hoog op het programma van de overheid. Of het nu een individu, bedrijf of organisatie betreft, vitaal zijn is essentieel voor het optimaal functioneren. En dat wil toch eigenlijk iedereen op welk gebied dan ook.

Vitaliteitsmanagement richt zich ook niet op de negatieve aspecten van werkstress, arbeidsongeschiktheid, uitval en klachten maar op het bevorderen van gezondheid, het welbevinden en op omstandigheden en randvoorwaarden die dat ondersteunen en versterken.

De intrinsieke motivatie van de werknemer is heel belangrijk want een bevlogen medewerker is vitaler, energieker, meer toegewijd en meer betrokken (Schaufeli en Bakker, 2001) en dat leidt tot meer productiviteit en kostenbesparing. Je zou zeggen dat iedereen dat toch zou willen. Toch is het nog niet voor ieder bedrijf vanzelfsprekend dat er vooral gekeken wordt waar de intrinsieke motivatie ligt van een medewerker!

Het is voor de medewerker heel belangrijk dat hij werk doet waarmee hij betekenisvol, competent en gezond aan de slag kan gaan. Eisen hiervoor zijn:
– aandacht voor het verrichten van taken die zinvol zijn voor de medewerker.
– functies met een brede taakinhoud.
– autonomie in de functie.
– informatie en feedback op de prestatie.
– ontwikkelmogelijkheden.
– goede werksfeer.
– stimulerende stijl van leidinggeven.
– sociale steun van collega’s.

Ik hoorde laatst op de radio dat men meer dan vroeger behoefte heeft aan sociale steun op de werkvloer. Dat komt vooral omdat men vroeger naast het werk de sociale steun zocht in cafés en verenigingen. In deze tijd dat iedereen vooral veel werkt, is daar minder tijd voor. De sociale steun wordt daardoor meer gezocht op de werkvloer. Het zou mooi zijn als daar meer tijd voor ingepland wordt, met bijvoorbeeld gezamenlijk lunchen of de dag afsluiten of werkzaamheden samen aan te pakken.